Artikel door Marc H. Bornstein

Aanraking – Hoe we onze wereld binnenkomen, deze begrijpen en hoe we erop reageren

Je kunt je ogen sluiten en je proberen voor te stellen hoe het is om blind te zijn. Of je stopt je oren dicht om een idee te krijgen van hoe het is om doof te zijn. Het is echter heel moeilijk om je voor te stellen hoe het is om geen aanrakingen waar te nemen. Ons gevoel van aanraking staat altijd "aan" – onze huid zendt een verscheidenheid aan sensaties uit: een zachte streling over de arm, de steek van een bij, een koude windvlaag of een vervelende jeuk. Zoals een wetenschapper die onderzoek deed naar aanraking ooit zei: we kunnen ons geen leven voorstellen zonder het gevoel van aanraking, omdat aanraking zo diep in ons gevoel van zelfbesef verweven is. Wat weten we over aanraking? In dit artikel komen we meer te weten over de prioriteit van aanraking onder de vijf zintuigen; over de vormende informatie die een aanraking overbrengt; hoe aanraking werkt en haar biologie; over manieren waarop we de wereld begrijpen door aanraking; hoe aanraking ons emotionele en sociale welzijn vormgeeft; de persoonlijke en culturele betekenissen van aanraking; en over de vele praktische en therapeutische toepassingen van aanraking.

Het belang van aanraking in de ontwikkeling

Aanraking is het eerste zintuig dat zich in de baarmoeder manifesteert. Al acht weken na de bevruchting blijken foetussen aanraking op hun gezicht voelen en reageren zij op stimulatie van het gezicht; na 14 weken reageert hun hele lichaam op aanraking. Al in de baarmoeder begint de foetus zintuiglijke ervaringen op te bouwen door aanraking. Het gevoel van de warmte en de beweging van het vruchtwater en de contouren van het eigen lichaam, wat ze actief verkennen. De foetussen reageren zelfs op aanraking van buiten de baarmoeder. Tussen 21 en 33 weken na de bevruchting zijn er foetussen waargenomen die hun armen, hoofd en mond bewegen als reactie op moeders die over hun buik wrijven. Direct bij de geboorte gebruiken pasgeborenen hun gevoeligheid voor aanraking rond de mond om zich aan de borst of de fles te voeden. Via het fysieke contact met hun verzorgers maken pasgeborenen kennis met het bestaan van de wereld buiten henzelf. Hoewel menselijke pasgeborenen zich niet hoeven vast te klampen aan hun verzorgers zoals andere primaten dat doen, is het vastpakken van een vinger in hun handje een universele neonatale reflex.

"Om betekenisvol te zijn, moet alles eerst gevoeld en waargenomen worden."

De samenwerking tussen aanraking en andere zintuigen

Onze vijf zintuigen – zien, horen, ruiken, proeven en aanraken – zijn onze poort naar de wereld. Om betekenisvol te zijn, moet alles eerst gevoeld en waargenomen worden. De zintuigen werken op natuurlijke wijze samen om ons te helpen onze omgeving te begrijpen en in te schatten. Zo vertrouwen we op zicht en smaak om te beslissen of het veilig is om bepaald voedsel te eten. We vertrouwen op gehoor en zicht om vast te stellen of een verstoring in het bos goedaardig of bedreigend is. We vertrouwen op aanraking en zicht om te bepalen hoe we een voorwerp moeten vastpakken en optillen. De stimulatie van onze zintuigen voedt onze biologische, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling. Een persoon kan echter blind of doof zijn, kan de reuk- of smaakzin missen en toch een volwaardig, productief leven leiden. Maar wat als zij geen aanrakingen meer ervaren? Hoewel het moeilijk is om de bijdrage van één zintuig te scheiden van wat we waarnemen, onderzoekt dit artikel de vele unieke bijdragen van aanraking aan onze ontwikkeling en de manieren waarop we anderen begrijpen en onze betrekking tot anderen.

Aanrakingen leveren informatie

Aanraking brengt een schat aan informatie over de wereld over. We hebben aanrakingen nodig om onze weg te vinden in onze omgeving. Eeuwen geleden schreef de Griekse filosoof Aristoteles De anima en verbond hij uitdrukkelijk de tactiele waarneming met de praktische intelligentie. In het Nederlands is dat het "(be)grijpen" van de betekenis. Door aanraking lokaliseren we wanneer en waar een voorwerp contact maakt op onze huid en wat de vele verschillende eigenschappen ervan zijn – of het voorwerp nu hard of zacht, ruw of glad, zwaar of licht, warm of koud is. We maken zelfs onderscheid tussen subtiele verschillen in soorten aanrakingen, een tikje, een knuffel, een streling of een kriebel om er maar een paar te noemen. Aanraking brengt zowel pijn als plezier over. Aanraking is daarnaast een middel om emoties over te brengen: een zachte streling of een abrupt duwtje laten ons onmiddellijk weten hoe onze partner zich voelt. Inderdaad: zelfs pasgeborenen gebruiken aanraking om informatie te verzamelen over opvallende eigenschappen van objecten zoals hun textuur, gewicht en temperatuur.
We voelen een aanraking vooral via onze huid, het grootste orgaan van het lichaam. De huid is bovendien het stevigste schild en de beschermer van ons lichaam. De huid sluit gevaarlijke stoffen, zoals ziekteverwekkers, buiten en houdt tegelijkertijd vitale lichaamsvloeistoffen binnen. Onze huid helpt ons om een normale lichaamstemperatuur te behouden en geneest op wonderbaarlijke wijze als ze beschadigd is.

Meer dan alleen de huid: hoe een aanraking werkt

De bovenste laag van de huid wordt de epidermis genoemd. Net daaronder, in de dermis, bevinden zich de meeste aanrakingsreceptoren (zenuwuiteinden). Aanrakingsreceptoren geven tactiele sensaties op de huid door aan de hersenen. Niet alle delen van de huid op het lichaam zijn even gevoelig voor aanraking. Vingertoppen, lippen en tong zijn bijvoorbeeld gevoeliger dan de buik en rug. We voelen bijvoorbeeld het verschil tussen twee speldenprikken in onze vingertoppen,die slechts 2 mm van elkaar verwijderd zijn. We kunnen echter twee speldenprikken op onze onderrug niet onderscheiden, tenzij deze 30-40 mm van elkaar verwijderd zijn. Deze differentiële gevoeligheid weerspiegelt de grotere concentratie van aanrakingsreceptoren in de vingertoppen in vergelijking met de aanrakingsreceptoren in de onderrug. Het aantal en de verdeling van de aanrakingsreceptoren zorgen ervoor dat de gevoeligere gebieden van de huid in grotere mate vertegenwoordigd zijn in de delen van de hersenen die een aanraking verwerken (voornamelijk de somatosensorische cortex). Voornamelijk de tactiele ervaring heeft invloed op de manier waarop delen van het lichaam in de hersenen worden weergegeven. Bijvoorbeeld: het bespelen van bepaalde snaarinstrumenten, zoals de viool, die een continue linker vingerzetting vereisen (terwijl de rechterhand de strijkstok vasthoudt) resulteert in een grotere weergave van de linkervingers in de somatosensorische cortex. Albert Einstein speelde van jongs af aan viool en een autopsie van Einsteins hersenen toonde dit aan.
Naast het aantal en de verdeling van aanrakingsreceptoren zijn er ook verschillende soorten aanrakingsreceptoren die verschillende tactiele sensaties signaleren. Sommige receptoren zijn specifiek voor mechanische stimulatie (zoals druk, trillingen en textuur), andere weer voor temperatuur, pijn en zelfs voor zachte strelingen (deze receptoren spelen, zoals u zich kunt voorstellen, een speciale rol in ons emotionele welzijn). Aanraakreceptoren geven ons informatie over voorwerpen die we onderzoeken (actieve of haptische aanraking genoemd) – bijvoorbeeld dat een perzik zacht is en dus rijp moet zijn. Ook laten de receptoren ons weten dat we aangeraakt worden (passieve aanraking genoemd), bijvoorbeeld als er iemand op onze schouder tikt of dat onze trui kriebelt. Temperatuurreceptoren helpen ons onze lichaamstemperatuur te reguleren en waarschuwen ons voor dingen die zo warm of zo koud zijn dat ze ons kunnen schaden. Op dezelfde manier waarschuwen pijnreceptoren ons voor gevaar voor de integriteit van het lichaam. Deze receptoren zetten ons aan om passende acties te ondernemen – bijvoorbeeld om die pijnlijke splinter te vinden en te verwijderen. Weer andere aanrakingsreceptoren zitten in onze spieren, gewrichten en pezen. Deze receptoren geven informatie over onze bewegingen en lichaamshouding (de zogenaamde kinesthetische waarneming). Sommige aanrakingsreceptoren dragen slechts langzaam boodschappen naar de hersenen en andere snel (de vlam die onze huid raakte). Sommige receptoren blijven hun sensaties signaleren, andere passen zich aan en stoppen met signaleren (we zijn ons nauwelijks bewust van het feit dat de kleren ons lichaam voortdurend aanraken). Samen zorgen de aanrakingsreceptoren ervoor dat we veel verschillende gewaarwordingen kunnen waarnemen.

"Talrijke studies hebben de effecten van extra stimulatie op de ontwikkeling van te vroeg geboren baby's onderzocht."

Aanraking is verankerd in onze biologie

Veel van onze kennis van de biologie van de menselijke aanraking komt verrassend genoeg voort uit studies over "gebrek aan aanrakingen" bij ratten en apen en bij kinderen die grootgebracht zijn in gecompromitteerde situaties – te vroeg geboren baby's in couveuses en kinderen die in instellingen wonen. Vooral de dierstudies zijn veelzeggend.
Veel jonge dieren die van hun moeder zijn gescheiden, vertonen een aanzienlijke ontwikkelingsachterstand en gedragsafwijkingen. Hoe zit het dan precies met de afwezigheid van moederlijke zorg die negatieve effecten veroorzaakt? Om antwoorden op deze vraag te vinden, isoleerden wetenschappers in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor het eerst pasgeboren ratjes van hun moeders en documenteerden ze de verwachte ontwikkelingsachterstand. Deze achterstand ging gepaard met duidelijke veranderingen in de biochemie van de ratjes, met name de onderdrukking van het vrijkomen van groeihormonen en de eiwitsynthese. De vraag was toen: welke vorm van stimulatie zou deze groeiparameters weer normaal maken? Het regelen van de lichaamstemperatuur, de voeding en de auditieve, visuele en olfactorische stimulatie van de ratjes maakte geen verschil voor hun groei. De van hun moeder gescheiden ratjes werden zelfs teruggezet bij hun nestgenootjes en moeders. De moeders waren verdoofd om moederlijke stimulatie te voorkomen, maar konden de ratjes wel voeden. De ratjes groeiden echter niet zoals normaal zou moeten. Het ontbrekende actieve ingrediënt bleek de tactiele stimulatie te zijn: de moederrat die de kleine ratjes likt en verzorgt. Pas toen de onderzoekers die tactiele sensaties simuleerden door de ratjes met een natte verfborstel te strelen met de druk en de frequentie van het likken en verzorgen van hun moeders, keerde de groeihormoonproductie en de eiwitsynthese van de ratjes terug naar het normale niveau. De afwezigheid van de tactiele stimulatie door de moeder bleek een langdurig effect op de fysiologie van de ratjes te hebben: ratjes die na de geboorte vaak gelikt en verzorgd werden door de moeder, reageerden als volwassen ratten beter op stress dan de ratjes die weinig gelikt en verzorgd werden.
Deze dierstudies hebben ons inzicht gegeven in de rol van aanraking in de menselijke ontwikkeling. Twee situaties vormen een soort "natuurlijke experimenten" van wat er met menselijke zuigelingen gebeurt als zij geen aanrakingen ervaren. De eerste situatie is prematuriteit en isolatie op een neonatale intensivecareafdeling (NICU) en het andere is het opgroeien in het weeshuis. Een studie in de jaren 60 van de vorige eeuw suggereerde dat geïnstitutionaliseerde baby's die slechts 20 minuten extra tactiele stimulatie per dag kregen het na tien weken aanzienlijk beter bleken te doen in de ontwikkelingsbeoordelingen. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd de aandacht van de wereld echter gevestigd op de benarde situatie van Roemeense weeskinderen die in een grimmige institutionele omgeving leefden. Daar waren zij verstoken van normale stimulering door mensen en de omgeving. Deze weeskinderen vertoonden een schokkende achterstand in de groei op lange termijn en een slechte sociaal-emotionele ontwikkeling. Uiteraard ontbrak het hen aan veel soorten stimulatie, maar door het tekort aan personeel in het weeshuis was het gebrek aan tactiele stimulatie – menselijke aanrakingen – een prominente ontbering in het leven van deze onfortuinlijke weeskinderen.
Zeer premature baby's brengen hun eerste weken (of zelfs maanden) in couveuses door en ervaren dus geen normale mate aan zintuiglijke stimulatie, inclusief aanraking. Door de vooruitgang in de medische behandeling zijn de overlevingskansen van deze baby's sterk verbeterd. Het is en blijft echter een voortdurende uitdaging om ervoor te zorgen dat de prematuren groeien en zich normaal ontwikkelen, omdat veel te vroeg geboren baby's kampen hebben met aanzienlijke ontwikkelingsstoornissen.
Talrijke studies hebben de effecten van extra stimulatie op de ontwikkeling van te vroeg geboren baby's onderzocht. Niet geheel verrassend: vanwege de relatieve opmerkzaamheid van de verschillende zintuigen in het begin van de ontwikkeling (wanneer het zicht en het gehoor nog niet zo goed ontwikkeld zijn als een aanraking), is tactiele stimulatie bijzonder effectief in het verbeteren van de ontwikkelingsresultaten. Naar aanleiding van de studies naar tactiele stimulatie bij ratjes hebben onderzoekers onderzocht of aanraking, in de vorm van massage in combinatie met het bewegen van de ledematen van baby's, de resultaten bij premature baby's zou kunnen verbeteren. Inderdaad bleek dat premature baby's die extra tactiele stimulatie kregen meer gewichtstoename vertoonden dan de prematuren die deze stimulatie niet kregen. Ook bleken de extra gestimuleerde prematuren actiever te zijn, beter te presteren bij gestandaardiseerde beoordelingen van de ontwikkeling (met inbegrip van oriëntatie, motorisch gedrag en mate van bewustzijn) en gemiddeld minder dagen in het ziekenhuis te hoeven blijven. Deze voordelen zijn blijvend en zelfs een pluspunt voor andere stimulatie, voedselinname en de medische status van zuigelingen. Bovendien houden de effecten van de massage aan: wanneer de baby's na 8 en 12 maanden getest worden, wegen gemasseerde zuigelingen meer en scoren deze beter bij mentale en motorische beoordelingen. Vergelijkbare heilzame effecten van aanraking op de ontwikkeling zijn geconstateerd bij baby's die zich normaal ontwikkelen. Het "Still Face"-experiment is een psychologisch paradigma waarbij een moeder eerst normaal met haar kind omgaat, maar dan een niet-responsieve houding aanneemt, stil blijft staan en ophoudt te reageren. Op deze manier simuleert het nog steeds aanwezige gezicht het ontbreken van de moeder door de moeder tijdelijk sociaal onbeschikbaar te maken voor het kind. Normaal gesproken raken baby's van twee maanden oud overstuur bij een moeder die niet reageert ("Still Face"). Zuigelingen vertonen negatieve fysiologische (hormonaal en cardiaal) en gedragsmatige (terugtrekking, afkeren van de blik, zelftroost en negatieve opwinding) reacties. Als moeders echter niet reageren ("Still Face"), maar hun baby's wél blijven aanraken, dan huilen de baby's minder, vertonen ze minder negatieve opwinding en zelftroostend gedrag. Met name hun negatieve fysiologische reacties verminderen echter.
Deze onderzoeken naar ontbering en experimentele studies tonen samen de kracht van aanraking bij het reguleren van de biologie en het gedrag aan. Bovendien is in tal van andere studies de vele gunstige effecten van aanraking op de stressreacties van baby's, de opwinding, de hartslag, de bloeddruk, het immuunsysteem en nog veel meer vastgelegd. Vrijwel overal ter wereld bakeren ouders hun kinderen in als effectief middel om ze te kalmeren, stress te verminderen, de hartslag te verlagen en een betere slaapkwaliteit te bewerkstelligen. Een aanraking oefent een gelijkaardig kalmerend effect uit op volwassenen. Fysiek contact – zoals het vasthouden van handen, knuffelen of het masseren van een romantische partner – voorafgaand aan een stressvolle situatie (bijvoorbeeld in het openbaar spreken) verlaagt de bloeddruk, hartslag en stresshormoonspiegels. Vrijwillige "grootouders" die zelf massages kregen en massages gaven aan baby's ervaren minder angst en depressie, slapen beter en hebben lagere stresshormoonspiegels. Aanraking heeft veel praktische en therapeutische functies, die we hieronder bespreken.

"Aanraking laat ons zelfs weten hoe we een object het beste kunnen vastpakken."

Een aanraking beïnvloedt de manier waarop we de wereld begrijpen

Aanraking speelt een cruciale rol in hoe we de wereld om ons heen ervaren. Baby's verkennen de wereld voor het eerst via de gevoelige aanraakreceptoren in hun mond en op hun tong. Pasgeborenen draaien hun hoofd naar de kant waar hun mond of wang aangeraakt wordt. De komende maanden zullen zij gretig hun handen, voeten, kleren en deken gaan ontdekken met hun mond. Het is iedereen opgevallen hoe baby's steevast voorwerpen in hun handen naar hun mond brengen om de kenmerken ervan te ontdekken. Deze hand-naar-mond-beweging is zelfs al in de baarmoeder waargenomen, bijvoorbeeld wanneer foetussen op hun duimen zuigen. Pasgeborenen kunnen sommige eigenschappen van objecten, zoals textuur en gewicht, al onderscheiden door deze aan te raken. Gedurende drie tot vier maanden kunnen baby's objecten voelen op een manier die overeenkomt met de eigenschappen van het object – bijvoorbeeld door te krabben aan speelgoed met textuur, maar niet aan een knuffel. Het actief manipuleren van een object geeft veel informatie over de eigenschappen van het object die statisch contact gewoon niet oplevert.
Om de wereld te onderzoeken gebruiken volwassenen meestal alle beschikbare zintuigen. Iedereen heeft echter wel eens gebruik gemaakt van actieve aanraking om bijvoorbeeld instinctief in je zakken te zoeken naar sleutels of om op de tast met de handen vooruit de weg te vinden in het donker, uitsluitend vertrouwend op aanraking.
Aanraking laat ons zelfs weten hoe we een object het beste kunnen vastpakken.
Volwassenen gebruiken verschillende tactiele verkenningstechnieken, vooral wanneer zicht niet beschikbaar is. Elke techniek is gericht op het verkrijgen van een bepaald type informatie: met een hand over het oppervlak van een object gaan om de textuur ervan te bepalen; in een voorwerp knijpen om de hardheid of stramheid ervan te bepalen; een vinger langs de rand van een voorwerp halen om de contouren ervan te bepalen; een voorwerp vastpakken om de vorm en het volume ervan te bepalen; een hand op een voorwerp leggen om de temperatuur ervan te bepalen en een voorwerp vasthouden om het gewicht ervan te bepalen. Aanraking laat ons zelfs weten hoe we een object het beste kunnen vastpakken. Denk even na over de laatste keer dat je de greep op een gereedschap hebt aangepast om een klus zo goed mogelijk te klaren. Mensen met zenuwbeschadiging in hun handen laten vaak dingen vallen omdat er geen feedback vanuit de aanrakingsreceptoren naar de hersenen gaan die nodig is om hun greep te verstevigen. Naarmate mensen ouder worden, neemt de dichtheid van de aanraakreceptoren af en daarmee ook hun tactiele gevoeligheid. Hierdoor worden deze mensen vaak onhandiger.

"Een simpele aanraking heeft al invloed op hoe we ons voelen."

Aanraking vormt ons emotionele en sociale welzijn

Een simpele aanraking heeft al invloed op hoe we ons voelen. Een schouderklopje kan ons ontspannen en gelukkig maken, maar een stoot tegen de arm maakt ons onrustig en boos. Aanrakingen hebben ook invloed op wat we van anderen vinden. Eén van de eerste sociale ervaringen van baby's is de liefdevolle aanraking van een verzorger. Dergelijke aanrakingen bevorderen het gevoel van veiligheid en vertrouwen van de baby en brengen een verbinding tot stand tussen baby en verzorger. De term "Gehechtheid" wordt veel gebruikt om te verwijzen naar de speciale band die ontstaat tussen baby's en hun primaire verzorgers. De etholoog John Bowlby had de theorie dat deze unieke band evolueert om de overleving van het kind te garanderen door nauw fysiek contact tussen de moeder en de hulpeloze baby.
De baanbrekende experimenten van psycholoog Harry Harlow met jonge rhesusapen bevestigden het belang van "contactcomfort" in de normale sociale en emotionele ontwikkeling. De baby-aapjes hadden alleen toegang tot metalen "vervangmoeders". Een moeder was bedekt met badstof en de andere gaf melk. De aapjes klampten zich het grootste deel van de tijd vast aan de moeder van badstof. Ze gingen slechts kort naar de andere moeder om zich te voeden. Later was de badstoffen moeder een bron van troost en de aapjes gebruikten haar als veilig uitgangspunt om hun omgeving te verkennen.
De sociale verzorging onder de primaten waar de mens vanaf stamt (makaken en chimpansees) brengt de dieren in nauw contact met elkaar en neemt een aanzienlijk deel van hun dag in beslag. Ze besteden mogelijk zelfs alleen meer tijd aan het zoeken naar voedsel en eten. Dergelijke aanrakingen dienen verschillende doelen: deze definiëren en verstevigen sociale relaties (bijv. tussen moeder en kind, naaste verwanten, dominante en ondergeschikte volwassenen en seksuele partners); de aanrakingen vergemakkelijken het smeden van nieuwe relaties (bijv. bij chimpansees is het waarschijnlijker dat zij voedsel delen met chimpansees die hen eerder op de dag hebben verzorgd); en de aanrakingen helpen bij het oplossen van conflicten en bij het verminderen van agressie.
De sociaal-emotionele betekenis van aanraking heeft een levenslang effect. Onderzoekers verwijzen vandaag de dag naar de huid als een "sociaal orgaan". Neurowetenschappers ontdekten dat de sociale functies van aanraking eigenlijk deel uitmaken van onze neurale bedrading. Sommige mechanische huidreceptoren worden bijvoorbeeld specifiek geprikkeld door het aaien met de druk en snelheid die lijken op een zachte streling. Als de receptoren op die manier gestimuleerd worden, dan genereren ze een aangenaam gevoel. Deze receptoren communiceren op hun beurt niet met het sensorimotorische deel van de hersenen. Dit is het eindstation voor andere mechanische receptoren. De receptoren communiceren echter met delen van de hersenen die emotionele en sociale informatie verwerken.
Het aangename gevoel dat ontstaat door huid-op-huid contact bevordert affiliatief gedrag tussen mensen, dat op zijn beurt de socialiteit bevordert. Als Romeo Julia voor het eerst ziet, mijmert hij in zichzelf: "Zie, hoe ze haar wang op haar hand vleit! O, was ik maar de handschoen aan die hand, dat ik haar wang mocht raken!"
Een aanraking is cruciaal voor het vertrouwen, de samenwerking en de groepsfunctie. Een aantal voorbeelden: korte aanrakingen om iets te vieren, zoals een borststoot en high five, verbeteren de individuele en groepsprestaties van professionele basketbalspelers, door de onderlinge samenwerking te versterken. Zachte aanrakingen beïnvloeden sociale relaties op een manier waar we ons niet altijd bewust van zijn. De kans is groter dat mensen meer fooien geven, geld dat is blijven liggen terugbrengen, een winkel hoger beoordelen en zelfs meer geld uitgeven als ze tijdens transactie maar lichtjes aangeraakt worden. Het langzaam strelen van een romantische partner, met de druk en de snelheid die een plezierige reactie uitlokt, kan zelfs het subjectieve gevoel van pijn verminderen. Evolutionaire wetenschappers concludeerden dat de affectieve functie van aanraking een aanpassing is om positief lichamelijk contact te bevorderen, zoals het voeden en ondersteunen van sociale interactie, en dus van cruciaal belang is voor positieve, levenslange, sociale relaties.
Aanrakingen communiceren een grote verscheidenheid aan emoties – van liefde tot woede – zonder andere signalen en doet dat net zo betrouwbaar als gezichten of stemmen. In het Nederlands komen de uitdrukkingen "door iemand of iets geraakt worden" of "dat raakt me" voor als een directe uiting van emotie.

"Soms is iemand de hand reiken en hem of haar bij de hand nemen het begin van een reis."

Vera Nazarian

Science Fiction-auteur

Persoonlijke en culturele betekenissen van aanraking

Niet alle vormen van aanraking zijn gelijk. De betekenis van een aanraking is verrassend complex en weerspiegelt vele factoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de kenmerken van aanraking en onze persoonlijke geschiedenis, status en cultuur. Een mechanische aanraking heeft verschillende fysieke eigenschappen die resulteren in verschillende sensaties en waarnemingen: de intensiteit van een aanraking (een tikje in vergelijking met een por), de frequentie van aanraking (een tikje op de rug in vergelijking met herhaald tikken), de duur van een aanraking (een snelle knuffel in vergelijking met langdurig contact) of de plek waar het lichaam aangeraakt wordt (in iemands wang knijpen in vergelijking met in iemands kont knijpen). Al deze factoren beïnvloeden of een aanraking aangenaam, vervelend of pijnlijk "aanvoelt" en of een aanraking affectie of agressie teweegbrengt.
Wie raakt wie aan, en hoe? Dat brengt informatie over het individu over, zoals zijn of haar geslacht en status binnen een samenleving. Een knuffel van een vriend kan prettig aanvoelen, maar een knuffel van een vreemde of een baas kan opdringerig aanvoelen. In het Westen hebben mannen de neiging om vrouwen vaker aan te raken dan vrouwen mannen aanraken. Oudere mensen hebben de neiging om jongere mensen meer aan te raken dan omgekeerd. Deze aanrakingen weerspiegelen de statusverschillen tussen de groepen, maar ook het geslacht en de leeftijdzones. Hoe mensen over de hele wereld elkaar begroeten, gaat gepaard met geritualiseerde aanrakingen. De Brits-Amerikaanse antropoloog Ashley Montagu maakt een opsomming van een fantastische reeks van aanraakgerelateerde begroetingen uit de hele wereld. Op deze lijst waar onder andere zoenen (een, twee of meerdere keren), neuzen tegen elkaar wrijven, over de wang wrijven, op de rug slaan, handen schudden, de hand over het hart leggen, hoofden tegen elkaar stoten en nog veel meer begroetingen te vinden. Een boks is vandaag de dag zowel een begroeting als een manier om samen iets te vieren. Zoals een filosoof opmerkte: "Soms is iemand de hand reiken en hem of haar bij de hand nemen het begin van een reis."
De sociaal-emotionele betekenis van aanraking weerspiegelt op diepgaande wijze de eigen cultuur. Verschillende culturen volgen verschillende regels over wat een gepaste en aanvaardbare aanraking is in vergelijking met wat taboe is. Handen schudden met iemand van het andere geslacht kan in de ene cultuur heel goed mogelijk zijn. Anderzijds kan dit door iemand uit een cultuur waarbij verboden is om mensen van het andere geslacht aan te raken, beschouwd worden als onaangenaam, ongewenst en beledigend. De frequentie waarmee mensen elkaar aanraken verschilt per cultuur en heeft te maken met andere culturele gebruiken. Zo hielden moeders in Kameroen, waar onderlinge afhankelijkheid in sociale relaties de norm is, tijdens vrij spel aanzienlijk langer lichaamscontact met hun kinderen dan moeders in Griekenland. Daar ligt de focus in de ontwikkeling op het bevorderen van interpersoonlijke onafhankelijkheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommige autoriteiten beweren dat samenlevingen waarin mensen elkaar aanraken vaak vreedzamer zijn dan samenlevingen die gekenmerkt worden door weinig wederzijdse aanrakingen. Het is duidelijk dat wat onze cultuur ons leert over aanvaardbaar en onaanvaardbaar gedrag bepaalt of we aanraken, wie we aanraken en hoe we het aanraken en aangeraakt worden interpreteren.

Praktisch en therapeutisch gebruik van aanraking

Omdat het leven zo doordrongen is met aanrakingen en omdat dit zo'n krachtige manier is om informatie en emotie over te brengen, heeft aanraking een enorme verscheidenheid aan toepassingen in de samenleving. Om blinde mensen in staat te stellen te lezen, werd het brailleschrift ontwikkeld. Dit is een systeem met zogenaamde verhoogde stippen op een pagina die te onderscheiden zijn door afstanden die waargenomen kunnen worden met de vingertoppen. Er zijn machines ontworpen om de tactiele mogelijkheden te benutten om de mindervaliden te helpen. Aanraaksensoren stellen bijvoorbeeld dove/blinde mensen in staat om computers, smartphones en liften te bedienen.
De therapeutische toepassingen van aanraking dateren al van duizenden jaren geleden en de herstellende goedheid van aanraking heeft vandaag de dag vele toepassingen. Een opmerkelijk voorbeeld is "kangoeroezorg" (dit is zo genoemd, omdat het lijkt op hoe kangoeroes hun jongen dragen) waarbij baby's gekleed in luiers tegen de blote borst van een verzorger liggen. Kangoeroezorg ontstond in Bogota (Colombia) in de jaren zeventig van de vorige eeuw om de hoge infectie- en sterftecijfers in ziekenhuizen als gevolg van de drukte en de schaarste aan couveuses aan te pakken. Moeders werden aangemoedigd om gedurende langere periodes en tijdens de borstvoeding huidcontact met hun baby's te houden. De morbiditeit en mortaliteit onder baby's namen snel af. In de jaren daarna hebben vele studies naar kangoeroezorg de talrijke, substantiële en langdurige voordelen voor baby's en gezinnen bevestigd. In landen met lage en modale inkomens bleek dat kangoeroezorg het sterftecijfer, de infecties en de ernst van de infecties vermindert en de duur van het ziekenhuisverblijf verkort. Bovendien verbetert deze vorm van zorg de binding van de moeder met de baby's, de borstvoeding en de tevredenheid van de moeder. In landen met een hoog inkomen, waar sterfte en ziekte geen risicofactoren zijn, blijkt de kangoeroezorg de band tussen moeder en kind te bevorderen en de borstvoeding te stimuleren. Onder de vermelde voordelen zijn cardiorespiratoire en temperatuurstabiliteit, een beter slaappatroon, betere prestaties bij gedragswaarnemingen, minder negatieve reacties op pijnlijke procedures en een betere gezinsomgeving. Geen wonder dat kangoeroezorg en andere vormen van huidcontact in veel ziekenhuizen geaccepteerde onderdelen van de zorg voor pasgeborenen zijn geworden. Natuurlijk is tactiele stimulatie met huid-op-huid-contact niet de enige sensatie die kangoeroerzorg teweegbrengt, maar het is absoluut een belangrijk onderdeel.
Andere erkende medische toepassingen van aanraking zijn onder andere massagetherapie waarvan de voordelen (naast de reeds besproken voordelen voor premature baby's) meervoudig zijn – een lagere bloeddruk, minder angst, een lagere hartslag, minder symptomen van depressie, zelfs minder hardnekkige lage rugpijn, om er maar een paar te noemen. Hippocrates, de vader van de geneeskunde, schijnt het volgende gezegd te hebben: "Iedereen die geneeskunde wil studeren moet de kunst van het masseren beheersen".

"Eén aanraking van de natuur en je voelt je verwant met de hele wereld."

Aanraken en aangeraakt worden

Aanraking is waar wetenschap en beschaving elkaar ontmoeten. Door de natuurwetenschappen en de medische wetenschap zijn we de werkingsmechanismen en de biochemische, biologische en neurologische effecten van aanraking veel beter gaan begrijpen. Door de sociale en gedragswetenschappen zijn we de betekenis en de functies van alledaagse ervaringen met aanraking op waarde gaan schatten. Mensen aanraken en aangeraakt worden door mensen is zo gewoon dat we dit gemakkelijk voor lief nemen en er nauwelijks over nadenken – behalve natuurlijk als de aanrakingen ons opwinden of als er een grens wordt overschreden. Sommige aanrakingen zijn beslist niet positief. Ongewenste aanrakingen, klappen of stoten zijn zeer problematisch en hebben langdurige problematische gevolgen, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Eenzame opsluiting of het "geen contact meer hebben" met andere mensen is geestelijk schadelijk. Zoals we nu echter hebben gelezen, zijn veel aanrakingen welkom, gewenst en cruciaal in het leven. Zoals William Shakespeare schreef in zijn toneelstuk Troilus en Cressida: "Eén aanraking van de natuur en je voelt je verwant met de hele wereld."

Marc H. Bornstein

Marc H. Bornstein behoort tot de meest toonaangevende deskundigen op het gebied van de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hij deed in deze hoedanigheid ook uitgebreid onderzoek naar de effecten van aanraking op de menselijke ontwikkeling.

Hij behaalde een bachelor aan Columbia College, een masterdiploma en verschillende doctoraten aan de Universiteit aan Yale en eredoctoraten van de Universiteit van Padua en de Universiteit van Trento. Hij heeft veel publicaties op zijn naam staan op het gebied van de experimentele, methodologische, vergelijkende, ontwikkelings- en cultuurwetenschap, maar ook op het vlak van de neurowetenschappen, de kindergeneeskunde en de esthetiek.